Uit ’t Almanakske, november 2025 …
Jantje uit de klas van meester Godefroot was niet per se iemand waarvan ge zoudt zeggen dat hij later hogere studies zou doen. En, ’t is erg om zeggen, maar heel dat gezin was niet van de slimste en tussen ons gezegd en gezwegen, ook nog een beetje marginaal.
Goede mensen, daar niet van, maar ja, ge begrijpt dat de meester niet kon vermoeden dat daar iets groots uit zou komen. Maar ge kunt nooit weten en ge moet mensen kansen geven en stimuleren. Precies daarom was meester Godefroot zo geïnteresseerd naar hoe het in dat gezin eraan toeging. En daarom riep hij tijdens de speeltijd Jantje een keer apart bij hem. Hij vroeg hoe dat het ging met Jantjes broers en zusters. Hij had een zuster en een broer, zei Jantje. Die zuster was een goed kind maar geestelijk een beetje achter, zo bleek uit het verhaal van Jantje.
‘En je broer, hoe is het daarmee?’, vroeg de meester.
‘Mijn broer zit op d’ universiteit’, zei Jantje.
De meester, gelukkig dat te mogen horen, vroeg: ‘En wat doet je broer aan d’ universiteit?’
Jantje antwoordde: ‘Hij zit in ’t labo op sterk water.’